N = 1

Dertig jaar geleden kreeg ik hetzelfde verjaardagskado, en had ik er evenveel plezier van. Ik zou haast tegen de lezer zeggen: ‘raad eens!’. Aangestoken door een collega, die er al twee in haar bezit had, stond dit jaar een step op mijn verlanglijstje, en vandaag maakte ik mijn eerste rit. Vroeger was die step ideaal voor zo’n onhandig meisje als ik, toch wist ik er altijd weer mee te vallen, en liep ik standaard met schaafwonden op mijn knieën in de rondte. Zo erg is het nu gelukkig niet meer, sinds Nelson heb ik geen schaafwonden meer op mijn knieën, alleen standaard krassen op benen en armen van de bramenstruiken tijdens  het mountainbiken. De reden om dit keer een step aan te schaffen, was de wens voor een alternatieve vorm van training naast het hardlopen zonder de schokbelasting. Circa 10 jaar geleden kreeg ik het verbod van een arts om ooit nog hard te lopen vanwege mijn knieën. Door eigenwijs te zijn bewees ik het tegendeel: door het hardlopen schieten mijn knieschuiven juist niet meer uit de kom, maar die ongewenste beweging in het verleden heeft wel intern schade aangericht, dus dezelfde trainingsvorm zonder de belasting is ideaal. En de maatregelen rondom Corona versnelde dat besluit. Elke vorm om Corona-proof te sporten is er één! Uiteindelijk wil ik er mee naar mijn werk in Arnhem steppen, lekker door de bossen. Een step is geen fiets, dus Joost begon alvast te tellen, n = 1!
Ik was tijdens mijn eerste tocht de straat nog niet uit of de schuinoverbuurvrouw op leeftijd, die met teckel Takkie aan de wandel was riep al uit: “O. prachtig, dat past precies bij jou!” Aanvankelijk wist ik niet of ik het als een compliment moest opvatten, maar ze zei: “zo lekker sportief!” dus vatte ik het wel zo op. “Ik ga nog even kijken hoe je weg stept, ziet er zo mooi uit!’”. Dat was uiteraard een goed begin van de rit. Ik was wat bang voor gekke blikken, hoewel we met de tandem wel wat gewend zijn. Het viel reuze mee, het leverde juist veel vrolijkheid op. Zoals de peuter van 3 die me op zijn eigen step met open mond aankeek. In het verleden heb ik het steppen in het bos al veel geoefend, tot ergernis van Joost. Op in mijn ogen moeilijke bospaden klikte ik een been uit het pedaal, om al steppend op mijn mountainbike door de steilste kombochten te gaan. Joost gaf aan dat hij dat niet eens zou kunnen, maar mij gaf het die extra zekerheid.

En waar ik al bang voor was gebeurde, nee geen schaafwonden op mijn knieën, maar Joost die enthousiast vanachter de computer roept: “Kijk eens, deze is nog beter afgemonteerd dan die van jou!” Ja hoor, n = 2…Pat

Lokfiets

Joost wil een derde remlicht monteren. Op zijn rug. Als we op de tandem fietsen, heb ik namelijk maar twee standen: “aan of uit”. En meestal sta ik aan. Wat betekent dat, zelfs als Joost remt, ik blijf doortrappen. Goede weerstandtraining voor mij, maar natuurlijk wel verspilde kracht. “Als ik nu een derde remlicht op mijn rug monteer, kun je tenminste zien wanneer ik rem, en je benen stilhouden”. Best een goed idee. Wat wel jammer is, is dat hij dan nooit meer dat fietsshirt aan kan doen wat ik nog steeds wil bestellen, met de tekst: ‘if you can read this, the bitch fell off’. En al het thuiswerken en de daarbij behorende online vergaderingen brachten me nog op een ander idee: een thuiswerkplek op de tandem, ideaal! Beeldscherm aan de rug van Joost vastmaken, oortjes in en vergaderen maar. Alleen nog wat doen aan het windgeruis.

Joost is nu druk bezig met het onderhoud van de fietsen. De kelder is tot operatiekamer omgetoverd. Op een (nog net geen steriele) doek heeft Joost zijn gereedschap uitgestald. Met handschoentjes aan voorkomt hij dat hij vette handen krijgt. Door die uitrusting durfde Nelson aanvankelijk niet mee te werken. “Nelson”, zeg ik. “Ik heb blind vertrouwen in Joost, letterlijk en figuurlijk. Ik stap niet voor niets bij hem achter op de tandem en wil nu achterop zelfs een thuiswerkplek inrichten.” Het is net als met mensen, de stoerste bink, die even daarvoor nog over zijn avonturen bij de marine vertelde, ging knock-out nadat ik de eerste prik wilde zetten tijdens mijn spasticiteitsbehandeling.

Onze laatste aanwinst behoeft gelukkig geen onderhoud. De ‘lokfiets’ van onze buurman prijkt nu onze achtertuin, tussen de twee vliegdennen, als decoratiestuk. De buurman had deze lokfiets jarenlang onder zijn carport staan, in de hoop dat dieven er met de lokfiets, in plaats van met zijn dierbare vakantiefiets vandoor gingen. Joost verheugt zich voor het eerst sinds lange tijd in de kerstdagen: “dan versier ik ‘m met slingers en kerstballen!” “Als hij dat bij mij maar niet doet,” zegt Nelson verontwaardigd. Pina ziet zoals altijd weer haar kans schoon: “Pas maar op, voordat ze je, behangen met paaseieren, tussen de brandnetels zetten!”bitch

Worteltapijt

Opnieuw hoor ik veel herrie uit de kelder komen. “Wat doe je?” roep ik naar beneden. “Ik verleng de tandem” roept Joost naar boven. “Nu zitten we dichter dan 1,5 meter van elkaar af”. Joost was er altijd al druk mee, met het onderhouden van de fietsen, maar de huidige Corona epidemie maakt het er niet makkelijker op.

Dan hoor ik opeens hard gelach uit de kelder. “Wat is dat nu weer?” roep ik. “Nelson lacht Gillie uit, omdat die al weken staat te verstoffen inde garage” roept Joost naar boven. “Pas maar op”, zeg ik, straks raakt Gillie nog overstuur”. “Overstuur, eerder onderstuur, met dat stijve titanium” schertst Nelson. Net als bij mensen krijg je ook bij fietsen frustraties, als ze zo op elkaars lip, eh band zitten. En dan heeft Joost ze laatst nog wel 1,5 meter uit elkaar gezet.

“Is de Ikea wel open?” vraagt Nelson. “De Ikea?” vraag ik verbaasd. “Wat moet jij in hemelsnaam bij de Ikea?”. “Ik wil een worteltapijt!” roept Nelson. Joost was vorig jaar in een wielermuseum waarin ze prachtig kasseientapijt hadden. Sindsdien wil Nelson per sé een worteltapijt in de kelder. Nelson houdt van worteltapijten tijdens het fietsen. Met zijn voor- en achtervering en brede banden zweeft hij daarover heen. “Ik weet niet of de rest daar blij mee is,” vraag ik me af, “met een worteltapijt in de kelder. Is ook wat lastig stofzuigen.”

Dan laat Pina van zich horen. “Ik was laatst al voor je bij de Ikea”, zegt ze. “Ik vroeg of ze worteltapijt hadden, maar dat hadden ze niet. Een dag later ging ik weer, maar ze hadden nog steeds geen worteltapijt. Een dag erna ging ik wéér terug en gaven ze aan dat ze inmiddels het worteltapijt binnen hadden. Lelijk hè, zei ik toen.” “En nu ophouden met ruziën”, zeg ik vermanend, “of ik bekleed de hele kelder met kasseientapijt”. “Goed idee”, juicht Joost, dan koop ik twee gravel racers!” Mannen en fietsen, ze zullen nooit veranderen…

Kasseitapijt

Lock-out

Ik hoor allerlei gerommel beneden in de kelder. “ Wat ben je aan het doen?” roep ik naar beneden. “Corona-protocol!” roept Joost terug omhoog. Nieuwsgierig loop ik naar beneden om poolshoogte te nemen. Is hij alles aan het ontsmetten, nu ik huisarrest heb omdat ik al een tijd aan het snotteren en hoesten ben? Maar Joost is met de fietsen aan de weer. “ Wat ben jij nu aan het doen?” vraag ik verbaasd. “ “Ik zet ze allemaal anderhalve meter uit elkaar, ik kreeg net een NL-alert op mijn mobiel, maar dat is nog niet zo makkelijk, met 17 fietsen. ” Tijdelijk hadden we er één meer. Ik kreeg onlangs een appje van Joost, met de afbeelding van een sportieve stadsfiets met belt drive getiteld “Sorry”.  “Nee, niet weer” riep ik zuchtend naar collega’s. Gelukkig heeft Joost zich aan de één erin, één eruit regel gehouden en inmiddels de oude fiets verkocht. Overigens heb ik enige tijd geleden wel een amendement ingediend op die regel. Nadat ik een fiets van mijzelf had verkocht, kocht Joost een fiets terug voor hémzelf. “ Eén erin, één eruit! ” zei hij toen triomfantelijk. Nu heb ik de regel laten veranderen in één van jou eruit, één voor jou erin; één van mij eruit, één voor mij erin.

Joost moppert op Nelson. “Hij wil per se vooraan staan, omdat hij zichzelf een vooraanstaande fiets vindt. Ik vind dat hij steeds meer spatjes krijgt. ” “ Ach, zeg ik vergoelijkend, dat zijn maar wat modderspatjes. ” De fietsen vinden het maar niks, dat lock-down. Een lock-out, daar kunnen ze nog wel inkomen. Dat is een systeem waarmee je de veerweg van je vork uit kunt zetten op een verharde weg of tijdens een klim. Nelson heeft een lock-out, en die is nu dus lock-down. Maar laat nu de goedkoopste van alle fietsen, zij die we van de vuilnisbelt hebben gered de tijd van haar leven hebben: Liv, die zonder (modder)spatjes staat te pronken op de Tacx (indoortrainer voor de leek).

lock-out

De drie wetten van Truus de mier

Deze maand staat, voor mij in ieder geval, in het teken van de robot. Nadat het aantal positieve verhalen over stofzuigerrobots de overhand nam en datzelfde ook gold voor het aantal stofzuiguren in ons huis (in verhouding met de hoeveelheid vrije tijd) wist ik Joost over te halen Truus de Mier te bestellen. Natuurlijk moet elk beestje bij ons in huis een naam krijgen. Heel erg geëmancipeerd is het niet, een grasmaaierrobot een mannelijke naam, namelijk Robbie, mee te geven en een stofzuigerrobot een vrouwelijke, maar de media hielp ons ook niet echt mee om een meer passende mannelijke naam te vinden.

Truus kan Engels, maar ook met een donkere stem onverstaanbaar Japans praten. Dat laatste was erg grappig, maar we laten Truus, in ieder geval in het begin, toch maar Engels spreken om haar te leren kennen. Vol verwachting lieten we haar de eerste ronde maken. Ze is heel klein, dus kan verrassend genoeg overal bij. Alleen onder de bank bleef ze hangen, want die hangt zelf wat door als een hangbuikzwijntje. Ze kan een ‘afgrond’ herkennen met een sensor, maar dat vonden we bij de trap toch wat spannend, waarop Joost een balk voor de trap legde. Vervolgens struikelde ik daar natuurlijk met mijn suffe hoofd bijna overheen, maar alles voor Truus hé! Joost heeft nog nooit zoveel schoongemaakt. Blijkbaar vindt hij het met Truus een leuker karwei dan met mij. Een gezamenlijke foto deelde hij fanatiek op Whatsapp.  Alleen in het bericht aan zijn schoonmoeder ontbrak de begeleidende tekst ‘zij zuigt, hij dweilt’.

Verbazingwekkend hoe goed Truus schoonmaakt. Beter dan ik in ieder geval, meer systematisch en secuur. Je kunt ook enorme lol hebben met Truus. Joost was nog aan het werk, ik lag al in bed. Sinds kort hebben we ook slimme verlichting.  Van de Action, dat wel, om uit te proberen of het wat is. In bed zette ik alle verlichting uit, en maakte daarna alles roze. Vervolgens gaf ik Truus opdracht rondom de burostoel van Joost te zuigen. Joost vond Truus toen wat minder gezellig. Ik vroeg Truus dan maar naar huis te gaan. Na wat doelloze rondjes riep ze wanhopig “I cannot find my home’. Best zielig. Joost heeft haar toen maar naar huis gebracht. Er zijn natuurlijk altijd wat beginnersfouten. In de slaapkamer lagen wat onderbroeken van mij op de grond, die Truus vrolijk mee door de slaapkamer sjouwde terwijl ze ze in haar borstel rondzwaaide. Dat leidde wel weer tot de slappe lach bij ons. En dan ruim je tenminste een keer op. Dat was voor Joost altijd de reden om geen schoonmaakster te nemen, want ‘dan moet je steeds opruimen’. Maar voor Truus doen we dat zonder problemen.

Afgelopen week was er in Klimmendaal een bijeenkomst over robotica in de Revalidatie. Er werden ook een aantal mislukte robotica projecten genoemd. Zelf ben ik nu ook bezig met de stappen naar het ontwikkelen van een applicatie voor het meten van spiervermoeidheid in het dagelijks leven. Het is daarom goed om te kijken waarom projecten succesvol zijn, en waarom niet. Truus is voor mij daarin het praktijkvoorbeeld, waarom is Truus zo succesvol? Vroeger heb ik de robotromans van Isaac Asimov  stuk gelezen. Ik deel nu graag de drie wetten van de robotica van Truus de mier:

Eerste Wet
Een robot mag alleen werk van de mens overnemen dat de mens geen plezier brengt

Tweede Wet
Een robot moet functioneren zoals de mens van hem of haar verwacht, zonder veel moeite

Derde Wet
Een robot moet de mens doen lachen 🙂IMG-20191110-WA0000

Pootje over in de bocht

“ Zaaion is een stuk breder geworden”, zegt Joost trots terwijl hij uit de kelder omhoog komt. “ Hij is nu zelfs breder dan Nelson!” De titanenstrijd is weer begonnen. Onze mountainbiketandem Zaaion heeft van Joost een breder stuur gekregen, dan is hij voor Joost namelijk beter hanteerbaar en stabieler. Mensen zijn meestal minder goed hanteerbaar en minder stabiel als ze breder zijn, maar dat geldt dus niet voor fietsen.

Mijn titaantje Nelson is onlangs voor het eerst mee geweest naar het buitenland. Naar Hohenroda, Duitsland om precies te zijn. Aldaar moest ik een presentatie geven om een onderzoeksprijs in ontvangst te nemen. En dit keer mocht Nelson mee. Samen met Pina, Olijfje en Zeppelin, de titanium racefiets van Joost ,zat Nelson gezellig op de achterbank van onze Johnny, de Dacia Logan die we onlangs aangeschaft hebben, vrij naar Johnny Logan. Aangeschaft omdat Zaaion er in past. Maar Zaaion ging niet mee, Nelson wel. En dat heeft Zaaion geweten. Toen Nelson terug kwam hield hij maar niet op met het vertellen van vakantieverhalen. Zaaion vond dat hoogst ongepast, en niet alleen omdat Nelson geen souvenirtje had meegenomen. Volgens Joost heeft Zaaion meer aan het brede stuur wat hij hem kado heeft gedaan dan aan een souvenir, wat toch in de kast en vervolgens op de koninginnenmarkt verdwijnt maar dat stemt Zaaion nog niet tevreden. “Ze hebben Johnny nota bene aangeschaft om míj in te vervoeren! Dat is net of je een Renault Espace aanschaft met kinderzitjes, maar vervolgens met je opa en oma op vakantie gaat.” “Vergelijk je mij en Olijfje nu met een opa en oma?” snauwt Nelson naar Zaaion. Maar Zaaion heeft niet stilgezeten tijdens onze vakantie en is dus een stuk breder worden. Daar kan Nelson vervolgens weer de draak mee steken. “Pas maar op, straks pas je niet meer in de auto met je brede schouders!”
Ik moet terugdenken aan de eerste vakantie van Joost en mij, waar ik op mijn eerste mountainbike tocht na vijf meter fietsen al in een greppel over de kop ging. Pas drie mountainbikes verder ging het eindelijk wat beter. Met Nelson kan ik net voldoende mountainbiken om mee te komen op de routes. Het is alsof Joost mij als een veeleisende ouder probeert te laten slagen voor het VWO, terwijl het niveau eigenlijk te hoog is. “ Maar nu heb ik een échte goede privéleraar gevonden die jou wel kan laten slagen!” En toen kwam hij met Nelson aan. En toegegeven, Nelson is een verdomd goede privéleraar om het mountainbike-examen te halen. Hij geeft zijn leerling eerst het vertrouwen en laat dan langzaam het niveau stijgen. Zoals vandaag, toen het niveau omhoog ging doordat het (luchtdruk)niveau in zijn achterband heel geleidelijk afnam. En dat deed hij zonder dat ik het merkte. Maar ondertussen reed ik toch maar mooi met een zachte achterband over het parcours. Je hebt dan zo weinig bodemvrijheid dat je elk pedaalslag heel goed moet afstemmen op de bodem, wil je jezelf geen blauwe tenen stoten. Uiteindelijk kwam ik er dan toch achter. “ Volgens mij is mijn achterband zacht aan het worden!” riep ik naar Joost. “Nee hoor”, zei Joost, dat lijkt maar zo. Maar Joost zat gewoon in het complot van privéleraar Nelson. Pas toen ik op mijn velg door het bos stuiterde en ik meer aan het schaatsen was dan aan het fietsen, zoveel zwabberde Nelson’s achterwiel, kreeg ik toch wat lucht uit het CO2 patroon van Joost. Nelson deed al schaatsend op dat moment nog net geen pootje over in de bocht. Misschien kan ik in de winter nog met hem gaan schaatsen, ik heb nooit goed kunnen schaatsen, maar met Nelson lukt het vast, mét pootje over in de bocht.

Dag, lieverd!

Een dame op een elektrische fiets haalt me in op het fietspad door het bos. Even later stopt ze om foto’s te maken van de omgeving. Ik hoor dat ze wat zegt, dus stop. Ik heb ineens een enorme behoefte om mensen te helpen. De afgelopen periode heeft in het teken gestaan van mijn ouders helpen, maar de omstandigheden en de bureaucratie van de zorg hielpen daarin niet mee. Hopelijk heb ik bij deze dame meer en sneller succes.

‘Prachtig hè’, verzucht ze. ‘Ik was onlangs nog in Sicilië, ook zo mooi, die natuur. Ik fiets helaas maar alleen want mijn vriendinnen willen niet mee. Die zitten alleen nog maar op de bank over koetjes en kalfjes te praten. Ik wil over politiek praten, maar dan kijken ze me zo schaapachtig aan.’

Ik raad haar aan nog een stukje door te fietsen, dan komt ze namelijk op de Ginkelse hei, ook zo’n prachtig stukje natuur. ‘Dat weet ik meid’, zegt ze. ‘Daar gaat mijn reis ook naar toe. Dan ga ik terug naar Otterlo en heb ik er 70 kilometer op zitten, wel weer genoeg voor vandaag’. ‘Hoe oud bent u, als ik vragen mag?’ vraag ik nieuwsgierig. ‘Ik ben 78’ zegt ze trots. Ik kijk haar verwonderd aan. Ik had haar maximaal 68 gegeven. ‘Ik ben alleen’, zegt ze. ‘Wat moet ik met die mannen van 78? Waar moet ik die kussen? Op hun oorlel? Nou dág lieverd, ik ga weer hoor!’ En al zwaaiend gaat ze ervandoor, richting de Ginkelse hei. Ik ga er ook weer, opgevrolijkt, vandoor. Ik heb niemand kunnen helpen, maar zij heeft míj wel geholpen, die lieverd.

old lady

Een van de mooiste compensaties in het leven is dat geen enkel mens een ander kan helpen zonder zichzelf te helpen. Ralph Waldo Emerson. Amerikaans dichter en filosoof 1803-1882

Second love

Aan de twee studenten, die ik superviseer tijdens hun onderzoeksstage, vertel ik over Nelson. Dat het soms voor verwarring zorgt, omdat men denkt dat ik een nieuwe vriend heb, als men vraagt hoe het met Nelson is, en of ik nog met hem heb gefietst. ‘ Ik heb gewoon twee vrienden’ zeg ik. ‘ Is heel normaal tegenwoordig. Daar bestaan zelfs websites voor tegenwoordig: second love. Hé, dat is een leuk onderwerp voor een nieuw verhaal’, zeg ik en schrijf ‘ second love’ op een papiertje. Als ik na ons overleg aan mijn poliklinisch spreekuur wil beginnen, en de volgende patiënt al weer tegenover me zit, zie ik het papiertje met ‘ second love’ vol in het zicht liggen. Voorzichtig probeer ik het onder mijn toetsenbord te schuiven.

Thuis vertel ik het aan Joost. ‘ Jij boft maar’, zegt hij. ‘ Niks geen stiekem gedoe, zelfs met alle twee op stap. En ik kuis ‘m ook nog voor je’ . Bof ik even!

Maar vandaag zijn we met Zaaion, onze tandem op stap. Op de tandem praten we ook altijd de dagelijkse frustraties uit. ‘Bij jou gaat alles stuk’, zegt Joost. ‘ Je bent ook zo onhandig!’ ‘ Op de woonbeurs zagen we een stand met de slogan: zij ontwerpt, hij realiseert. Volgens Joost is het bij ons eerder ‘ zij sloopt, hij repareert’. Hoho, protesteer ik, ‘ jij bent toch ook nog heel?’

‘ Twee pk!’ roept een oudere man naar ons. Die schrijf ik op mijn lijstje, onder ‘ kijk, die zitten aan elkaar vast’, ‘ een twee-fiets’, ‘ ze trapt niet hoor’ en ‘ ben jij blind?’.

Die pk’ s doen me denken aan paarden, die wel eens tijdens teamuitjes worden ingezet. Die paarden geven dan terug hoe jij je voelt. Heb ik niet nodig. Ik heb Zaaion en Joost. ‘Ben je moe’? Of ‘ Jij hebt er zin in vandaag!’. Ik hoef dus niets meer toe te lichten. Joost speelt vandaag zoals altijd voor gids. ‘ Kijk’, zegt hij,’ hier poep ik wel eens tijdens het hardlopen. Want hier hangen van die grote bladeren, net wc-papier. Het is hier ook altijd zo rustig. Één keer was er een vrouw met een hondje, met zo’n witte lampenkap om zijn hoofd. Gelukkig was ik net klaar. De hond rook wat in de bosjes, snuffelde eraan en kwam terug met ineens een bruin gevlekte lampenkap.’ ‘ Die vrouw met die hond heb je hier zeker nooit meer gezien?’ proest ik.

 

lampenkap

Plinten in de broek

Onze buurman is de 80 gepasseerd en staat nog volop in het leven. Soms gaat hij mee met nieuwe ontwikkelingen, maar soms ook niet. Zeker niet wanneer hij er de meerwaarde niet van in ziet. Zoals bij online winkelen. Niet aan hem besteed. Hij heeft het één keer geprobeerd, waar hij levendig over vertelt.

‘Ik wilde een nieuwe pyjama. In een webwinkel zag ik een mooi exemplaar. De mijnheer op de foto had mijn lengte, en de pyjama paste hem perfect, dus ik verwachtte dat de maat zou kloppen’. De volgende dag werd de nieuwe pyjama al bezorgd. ‘De maat klopte inderdaad’, vertelt onze buurman, ‘maar die mijnheer op de foto zei er niet bij dat het een dikke velours pyjama was, en daar heb ik niets aan in de zomer’. Hij heeft de pyjama de dag erna direct teruggestuurd en sindsdien nooit meer iets online besteld. Bovendien zegt hij, bij broeken is ook al niet te zien of ze plinten hebben. ‘Plinten?’ vraag ik verbaasd. Plinten blijken omslagen in de pijp te zijn. Weer iets geleerd, en dat van die plinten wist die mijnheer met die pyjama vast ook niet te vertellen.

50_plus-11-43168-2911091041-computer_ouderen

Relatieproblemen

Sportspullen zijn als relaties. Je hebt ze in allerlei vormen. Bijvoorbeeld relaties met monovinnen. Zo heb ik heel lang een relatie gehad met een monovin, aanvankelijk kalverliefde, ik was nog jong. Verliep heerlijk soepel, af en toe moest er wat gerepareerd worden, maar al met al heeft het jaren geduurd. Maar op een gegeven moment is de rek eruit. Het wordt allemaal té soepel en saai. Door anderen soms zelfs ‘goedkoop’ genoemd: ‘je kunt je toch wel iets beters veroorloven?’ Nou ja! Maar op een gegeven, veel later moment, zie je om je heen hoe spannend een relatie ook kan zijn. Dus toch overstappen naar iets nieuws. Via internet, want dat is modern en dat doet iedereen tegenwoordig. Maar is ‘what you see, what you get’? Helemaal uit Hong Kong kwam mijn nieuwe liefde, zwart van kleur. Behoorlijk onwennig in het begin, ging lang zo soepel niet als de vorige liefde en dan verlang je wel eens terug naar de goede oude tijd. Maar die relatie was niet meer te repareren helaas…
Geleidelijk gaat het gelukkig beter, maar het wordt niet meer zoals het was. Dan vraag ik me wel eens af: ligt het nu aan mij, of aan mijn nieuwe liefde? Ik word namelijk ook een jaartje ouder…
Maar ik geef het nog een kans, als je ouder wordt heeft dat allemaal meer tijd nodig. Een alternatief is er niet. Mijn vriend Joost heeft het credo: ‘van alles twee of meer’. Minimaal twee wetsuits (als er één stuk is kun je toch nog naar een wedstrijd, alleen nam hij in dat geval per ongeluk mijn enige wetsuit mee en moest ik zonder wetsuit een wedstrijd zwemmen), iets meer dan twee fietsen (afgerond naar boven),  twee stofzuigers (liefst drie, elke verdieping één, maar je kan dan in ieder geval gelijktijdig stofzuigen). Het liefst wil hij ook twee vaatwassers. Dan hoef je nooit meer schone vaat weer in de kast te zetten. Heel praktisch allemaal. Maar er is één uitzondering: relaties met sportspullen mogen dan oneindig en voorbijgaand van aard zijn: van onze relatie is er maar één!

_MG_3031